Ter Inspiratie

ALTIJD ETTY
Etty Hillesum (1917-1943)  spreekt in haar dagboeken veel over God.
Etty onderhield een persoonlijke relatie met God, niet alleen in gebed, maar ook door haar lotgenoten bij te staan. Ze speculeert niet over wie of wat God is. Het is voor haar een overvloeiende bron. Leven met God is voor Etty een innerlijk weten en voortdurend met God in dialoog gaan. Ze zag het als haar taak God te redden, te ‘bewaren’.
Daarmee bedoelt ze de mens als woning, als plaats van God. God is het diepste in haarzelf. God kun je opgraven in het hart van mensen, zegt ze. “Binnen in me zit een hele diepe put. Daarin zit God. Soms kan ik erbij.” Ze probeert in zichzelf de rust te vinden om God te ontwaren in andere mensen, in de wereld, ook als die gruwelijk blijkt. Haar geloof is haar leven, tot en met het laatste briefkaartje dat ze uit de trein gooit met de psalmtekst: “De Heer is mijn hoog vertrek.”
Een indrukwekkende tekst uit haar dagboeken is: “God, wat jouw evenbeelden op deze aarde aandoen in deze losgebroken tijden. Ik zit oog in oog met jouw wereld God en ontvlucht de realiteit niet in schone dromen; ik meen, dat er plaats is voor schone dromen naast de wreedste realiteit – en ik blijf je schepping prijzen, God, ondanks alles.”